
De cilindervoering van speciaal gietijzer
is in het onderste gedeelte voorzien van tangentiale spoelpoorten over
de gehele omtrek. De voering wordt door middel van een flens aan de
bovenzijde door het cilinderdeksel in het cilinderblok vastgeklemd en
kan naar beneden vrij uitzetten. Het deel boven de spoelpoorten wordt
met zoetwater gekoeld.

De juiste stand van de spoelpoorten is voor een goede spoeling van groot belang. Met het frezen zijn gespecialiseerde vakmensen belast.

Het met zoetwater gekoelde, molybdeen gietstalen
cilinderdeksel wordt met lange tapeinden op het cilinderblok bevestigd.
De vier uitlaatkleppen zijn rondom de centraal geplaatste verstuiver
gerangschikt. Verder bevinden zich in het deksel een aanzetklep, een
veiligheidsklep en een indicateurkraan. Zoals uit de afbeeldingen op
deze pagina blijkt, is de gehele verbrandingsruimte in het doorgediepte
deksel ondergebracht, zodat het bovenste gedeelte van de voering niet
aan de hoogste temperaturen wordt blootgesteld.

De verbrandingsruimte is in het doorgediepte deksel ondergebracht.

Als de zuiger in de hoogste stand staat heeft de verbrandingsruimte de vorm van een kegel met in de top de centraal geplaatste verstuiver, die de brandstof inspuit door een aantal radiaal gerichte verstuivergaatjes. Door de tangentiale stand van de spoelpoorten krijgt de binnentredende lucht een draaiende beweging, die behouden blijft tijdens de compressie, zodat op het moment van inspuiting een uitstekende menging en dientengevolge een volledige verbranding optreedt.
Elke uitlaatklep is gemonteerd in een afzonderlijk huis, ten behoeve van
een gemakkelijke demontage. De klephuizen worden met zoetwater gekoeld.
De vier kleppen van elke cilinder worden paarsgewijs door twee
klephefbomen bediend. Het klephefmechanisme wordt aangedreven door de
hooggelegen nokkenas en bestaat uit een nokrol, een stootstang, een
klephefboom en een juk. De klephefboom is met een bolscharnier verbonden
aan het juk dat in een verticale bus wordt geleid en voorzien is van
twee instelbare taatsbouten, die op de geharde klepstangeinden drukken.

De uitlaatkleppen zijn in watergekoelde klephuizen gemonteerd.
De vier kleppen in elke cilinder worden paarsgewijs door twee
klephefbomen via jukken bediend.

Het klep mechanisme wordt aangedreven door de hooggelegen nokkenas.
Zuiger
De zuiger bestaat uit twee delen, nl. de molybdeen gietstalen kop en de
gietijzeren geleidering van iets grotere diameter, die tezamen door
lange elastische tapeinden op de flens van de zuigerstang zijn
bevestigd. De zuigerkop wordt gekoeld door smeerolie die vanaf het
kruishoofd wordt toegevoerd door een pijp in de holle zuigerstang, en
afgevoerd door de ringvormige ruimte tussen de toevoerpijp en de boring
in de zuigerstang.

De zuigerkop wordt gekoeld door smeerolie die vanaf het kruishoofd door de holle zuigerstang wordt toegevoerd.

De zuiger bestaat uit 2 delen die door tapeinden op de zuigerstang flens worden geklemd.
Kruishoofd
Het smeedstalen kruishoofd is met houten bevestigd aan de rechthoekige
gietstalen leislof die met een witmetalen loopvlak over de watergekoelde
gietijzeren leibaan loopt. De leibanen zijn niet pashouten aan de
kolomarmen bevestigd en verstevigen zodoende tevens het frame.
Drijfstang
De smeedstalen drijfstang is van het normale gevorkte marinetype met
twee kruishoofdlagers en één krukpenlager. De lagers zijn met witmetaal
gevoerd.
Krukas
De krukas bestaat normaal uit twee delen, die in het midden van de motor
door zware flenzen met bouten aan elkaar zijn gekoppeld. Bij de kleinste
typen bestaat elk deel uit één smeedstuk, de grotere typen hebben een
opgebouwde krukas.
In afwijking van de gangbare constructie bevatten de krukwangen geen
spanningsconcentraties veroorzakende oliekanalen, maar wordt de
smeerolie voor het krukpenlager vanaf het kruishoofdlager toegevoerd
door een centrale boring in de drijfstang.

Het inleggen van de krukas moet voorzichtig en met grote nauwkeurigheid geschieden.
This page was last updated 11/23/09